De vier wijzen uit Oost
Hoe de overheid victim blaming en shaming faciliteert en de kern van wat een samenleving kan zijn kapot maakt.
Het heeft me heel wat denkrimpels en maagkrampen gekost om te tikken wat ik al zo lang wil zeggen, maar altijd tegenhield. Zeven jaar geleden werd ik in mijn restaurant beledigd, bedreigd en vernederd. Omdat het de druppel was van meer subtiele intimidaties en acties die al vanaf opening gaande waren, daar het ver over de grens ging van wat ik als persoon acceptabel vond en vind, en omdat veel met camera’s was vastgelegd, durfde ik het aan om er een twitterbericht aan te wijden. Als ik toen geweten had, wat ik nu weet, had ik dat mogelijk niet gedaan. Niet omdat ik er spijt van heb. Maar omdat de overheid en zij die het geweldsmonopolie hebben weinig doen om het te voorkomen of herstellen. Wel hebben ze het erger gemaakt.
Gentrification in Amsterdam Oost
In 2014 ben ik samen met mijn vriend, die toen al 10 jaar chef bij een populair restaurant was, een restaurant begonnen. Nadat we eerst een Vespa Ape hadden gekocht en daarmee op foodfestivals en in onze eigen buurt gestart waren met streetfood aan de man brengen, waren we op zoek naar een locatie waar we ons eigen restaurant konden starten. Dat lukte uiteindelijk in Amsterdam Oost in de Dapperbuurt. Er was daar een buurtcafé in een doodlopende straat, en de eigenaresse bleek overleden en het pand moest gestript worden. Het had nog heel wat voeten in aarde, maar na 7 maanden konden we openen.
Er was nog weinig te doen in de straat, maar het sloeg best wel aan en onze planning moest overboord. Als een dolle moesten we op zoek naar personeel. Omdat we de Aziatische keuken voerden, waren de meesten onder ons personeel uit het buitenland. Thailand, Laos, Tibet, Indonesië, Myanmar en later ook voor de bediening mensen uit Italië, Griekenland, Spanje, Iran, Amerika, Rusland, Syrië, Tsjechië en soms ook Nederlanders. Heel veel internationaler kon bijna niet. Toch merkten we dat we op een schuivend plateau zaten. Er waren marktlui die soms al generatieslang daar hun waren verkochten, er waren de veelal allochtone bewoners die er waren komen wonen nadat de oorspronkelijke volksbuurt verdwenen was, en er was al sprake van wat men gentrificatie noemt. De ver-yup-ping. Dat werd ons ook aangerekend. We waren zo’n vreemde eend in de bijt in dat jaar, dat deze geluiden zeker door kwamen tot ons. Onze inkoop deden we toen nog grotendeels op de markt: kip, groenten, rijst, specerijen, verpakking. Het zat in ons businessplan om goed terug te doen naar de buurt. En daar horen ook de mede-ondernemers bij.
Doodlopende straat met onzichtbare activiteiten
In onze doodlopende straat speelden zich echter ook heel andere zaken af, waar wij ons niet bewust van waren. Simpelweg omdat we niet in die scene zitten en omdat we 24/7 bezig waren met restaurantje spelen. We haalden al snel een 8+ van Hiske Versprille en dat trok nog meer volk aan. Want eerlijk is eerlijk, in Amsterdam denken velen dat ze uniek en eigenzinnig zijn, maar ze doen vooral elkaar na. De doodlopende straat bleek ook een plek te zijn voor heel andere handel waarbij vooral jongere heren, meestal in zwart gekleed een geraffineerd systeem hadden met ridders te voet, te scooter, te motor en te auto. Nooit te paard. Eigenlijk niet onze zaak, en we zouden het nooit opgemerkt hebben. Echter hadden we wel te maken met gedonder bij dagelijkse sluiting zodat de dames niet meer durfden af te sluiten en naar de bus te lopen, regelmatig de terrastafels met scooters om werden gereden, mensen die geen gast waren en toch binnen kwamen met objecten in de broek die redelijk dreigend waren en meer van die flauwekul. Videocamera’s die we hadden binnen en buiten, waren al eens versjeterd. Wat nog bijzonderder was, is dat er ook handhaving was die eiste dat onze Ape weg moest, terwijl er in de buurt veel meer Apes waren, en die bovendien de camera’s weg wilden hebben. Hierover begonnen we hele correspondenties met de “bazen” van deze opzichters, en dat smaakte altijd bijzonder.
Gays en Joden horen niet in deze buurt
Op 1 januari 2018 was echter het moment dat de emmer echt overliep. Zeker we waren enkel bezig met ons restaurant, en hadden nergens anders tijd voor. Maar de voorvallen waren natuurlijk wel als aan een ketting geregen en we bespraken dit ook in het team om te zorgen dat we allemaal alert waren en zouden helpen in het geval wij of gasten hinder zouden hebben. Nieuwjaarsdag is altijd lastig met personeel. Eigenlijk wil niemand werken, zeker niet bij onze jonge medewerkers. Dus mijn vriend en ik en een hulpkok namen de dienst samen. Lekker druk, vaste gasten en nieuwe gezichten. Op een gegeven moment toen ik met drie borden naar een tafel liep, kwam er een heerschap binnen die heftig begon te schreeuw-spreken. Hij begon met zijn ene hand snijgebaren te maken over zijn keel, riep dat hij hoorde bij de leeuwen van een bepaalde religie en riep mij toe dat Joden en Gays niet in deze buurt thuis hoorden. Mensen keken verbaasd - sommigen omdat ze het niet verstonden - en bewogen niet. De persoon die zichzelf als leeuw omschreef, kende ik niet. Ik zette de borden op de bar en met mijn vriend kregen we hem de deur uit. Zonder aan te raken. We gingen nergens op in, gewoon weg.
Naar de gasten toe verexcuseerde ik mij. Het was een gênante vertoning en ik voelde me vastbesloten om dit buiten de deur te houden, maar ik walgde ook. Aan tafel 3 zat een vaste gast van ons, ik geloof een advocaat, en die had zijn familie meegenomen. Op dat moment wist ik niet wat hun achtergrond was. Later die avond vertelde hij mij dat ze uit Syrië, Aleppo, kwamen.
Aftrekken voor het raam
We dachten de avond verder af te kunnen koelen en verder te kunnen gaan alsof er niets gebeurd was. Echter bleek de leeuwenman zich buiten naast het raam bij tafel 3 geposteerd te hebben. Hij stond richting het raam, waarschijnlijk naar mij en mijn vriend te schreeuwen en, geen grap, stond zich daarbij af te trekken met de broek een stuk open. Het ging zo snel en werkte zo vervreemdend, dat mijn oren gingen suizen. Wat moet je doen? Heeft hij ook nog een pistool of iets dergelijks en gaat hij straks schieten? Geen idee wat we aan onze fiets hadden hangen. Gelukkig maakte de leeuw er een eind aan en verdween via de ondergrondse afvalcontainers naast ons restaurant. Er bleken nog wat schaduwen te staan, en ze verdwenen in het donker.
Wederom maakte ik excuses aan tafel 3 specifiek en probeerde mensen gerust te stellen dat buiten alles weer kalm leek. Natuurlijk was men opgewonden en je kon merken dat het gonsde over wat er nu precies gebeurd was. Wij wisten het ook niet. Eerlijk gezegd drong het pas na de dienst door bij het bekijken van de videobeelden wat een bizarre en dreigende situatie het was geweest. The show must go on, maar dit was echt vele stadia voorbij wat we konden accepteren.
Twitter explodeert en laster volgt
We voelden ons bedreigd en vernederd en dachten echt dat dit gedrag niet getolereerd mocht worden. Niet bij ons, niet bij anderen in de straat en hopelijk nergens in de stad. Ik besloot toen om de ongelooflijke clip van hoe ons restaurant en gasten onteerd werden te plaatsen op mijn twitter account. Deze bestaat inmiddels niet meer. Het ging redelijk viraal bleek de volgende dag en de media zochten contact. Dat was nooit de bedoeling geweest. Ik hoopte meer dat mensen hem zouden herkennen, of de instanties, en dat er dan iets zou gebeuren, zodat we ons weer veilig konden voelen. We wisten dat bij de eerdere incidenten het zo goed als onmogelijk was om aangifte te doen, dat voelt hopeloos, en er gebeurt nooit iets mee. Het enige dat we te weten waren gekomen is dat de overlast te maken had meestal met de top600 jongeren of zoiets en dat het heel lastig was om er iets aan te doen.
Naast de media kwamen er ook 3 duidelijke steunbetuigingen via Twitter en persoonlijk, dat dit niet zou moeten kunnen in Amsterdam. Het waren Yesilgoz die een reach out deed, mevrouw Van Soest van de ouderenpartij en Annabel Nanninga. Hier ben ik nog steeds dankbaar voor, omdat je door die mentions je toch iets van je waarde terugkreeg. Je was geen blikje op de Dappermarkt waar iedereen tegenaan kon trappen. Nanninga kwam wel eens eten afhalen, want zij bleek in de buurt te wonen en met haar deels Indische afkomst hield zij wel van een pittige maaltijd. Echt diep kende ik haar niet, maar zij bood ons praktische hulp en bracht me in contact met een agente die cross-cultureel wat kon betekenen. Ook gaf ze in alle eerlijkheid aan dat je als gay ondernemer in Amsterdam snel aan het kortste eind zou trekken, omdat er qua stempotentieel heel weinig te halen valt in deze groep. Want politiek is ook veel in groepen denken, waar de meeste stemmen en dus macht te halen zijn. In mijn hoofd verwierp ik dat, maar de realiteit heeft mijn idee daarover helaas wel bijgesteld. Als gay eindig je in Amsterdam snel ergens diep in de la. Omdat de realiteit te schrijnend is en politiek zelfmoord kan betekenen.
De media aandacht leidt tot nog meer haat
De media kwam filmpjes maken, deels uit sensatie en deels als signaal uit de maatschappij. Ik hield het bij de feiten, probeerde er nog iets luchtigs van te maken, maar hoopte vooral dat er een aanpak zou komen en dat deze persoon aangesproken zou worden. We voelden ons aangerand. Aandacht kwam er zeker. En die bleek tot mijn verbazing vaak schunniger dan ik had durven denken. Ons restaurant kreeg opeens allerlei 1-ster ratings van mensen met Arabische tekens die ik niet kan lezen en mensen die doodleuk vertelden dat je niet bij ons moest gaan eten omdat er een racistische eigenaar was. Ook op twitter waren er mensen die anoniem of met valse namen de walgelijkste persoonlijke en zakelijke aantijgingen maakten. Racist, fascist, discriminatie en zelfs tot het eten aan toe kwamen de vreemdste statements voorbij. We voelden ons als het verkrachte meisje dat door omstanders wordt bespuugd en te horen krijgt dat ze maar niet zo’n kort rokje aan had moeten doen.
Deze effecten waren echt niet voorzien. Deze valse aantijgingen en intimidaties zorgen er dus blijkbaar voor dat iedereen zijn mond houdt als je iets overkomt. Want er zijn dus mensen die deze zwijgcultuur omarmen, want dan is er vrede, en die willen koste wat kost hun beeld van de “samenleving” opeisen door anderen monddood te maken of voor rotte vis uit te maken. Het was zeer ontnuchterend. Wat daarbij, en achteraf nog meer, pijn doet en onveiligheid oplevert is dat de overheid dit totaal niet wil zien en weten. Terwijl dit mechanisme zeer vormend moet zijn voor een samenleving.
De 4 wijzen uit Oost komen ons een lesje leren
Het stadsdeel Oost zocht ook contact en plande een gesprek in bij ons in het restaurant om o.a. hierover te praten. Ik vroeg wat het doel precies was, want ik snapte niet zo goed waarom ik hier ook tijd aan moest spenderen. Dat bleef echter wat vaag. Er kwamen uiteindelijk vier wijzen als afvaardiging naar ons restaurant. Een wethouder van het stadsdeel, een politieagent, een discriminatie ambtenaar en een anti-radicaliseringsambtenaar. Ik wist niet eens dat ze bestonden.
Door de zwaarte van de delegatie en na het benoemen van hun functies, klapte mijn schelp deels dicht. Als eerste leek het erop dat ik een les kreeg van de ambtenaar die mij ging uitleggen wat discriminatie en racisme is en hoeveel mensen in Amsterdam, ook hijzelf, daarmee te maken hebben. Ik werd nog witter dan ik al ben en vroeg me af: waarom krijg ik dit verhaal te horen? Ik vroeg: bedoelt u dat ik een racist ben of zoiets? Nee, ik moest begrijpen hoe dat principe werkt. Mijn lippen sloten zich. Als ik een rokje aan had gehad zou ik het inmiddels van halverwege de bovenbenen tot aan mijn knieën hebben getrokken.
Gratis Red Bull dan gaan ze weg
Toen ging de nog jongere ambtenaar van anti-radicalisering tot me spreken. “hebben jullie blikjes Red Bull?” “nee, dat hebben wij niet op de kaart, omdat we daarmee het verkeerde publiek trekken en het past niet in ons assortiment”. Dat was deels een leugen omdat Red Bull eigenlijk een Thaise drank is. Maar tegenover ons zat sinds een jaartje toen het café van Douwe Bob en ik vermoedde hoe de Red Bulls het meest verkochte product was, en daar werd niet bij gegeten. Wij zijn vooral restaurant. Dus nee, dat hebben we niet. “Bro, dat moet je wel doen. Je hebt ook kleine blikjes! Als ze dan weer eens lastig doen, dan ga je naar buiten en geef je ze een blikje en dan gaan ze vanzelf weg.” Logica van die strekking werd mij geserveerd. Inmiddels was mijn denkbeeldige rokje tot aan mijn enkels doorgetrokken en ging ik nadenken over een kuisheidsgordel en een gracht met ophaalbrug rondom het restaurant. Ik had duidelijk decennia stil gestaan en was niet mee achteruit gegaan met mijn tijd. Dit ging niet meer over vrijheid, maar over jezelf verontschuldigen dat je bestond.
Enigszins zwaar geïrriteerd vroeg ik de wethouder, waarom ik deze verhalen moest aanhoren. Ik voelde me nu dader in plaats van slachtoffer. En ik wilde me niet eens slachtoffer voelen. Maar ik wilde gewoon veilig mijn bedrijf kunnen voeren en over straat kunnen lopen. Hij begreep dat het een wat merkwaardige samenstelling was en dat ze me ook niet konden opdragen om Red Bull te gaan verkopen dan wel weggeven. Het echte probleem was immers de overlast van de veelal jongere mannen. En daar moest toch iets aan gedaan kunnen worden? Hij vroeg de wijkagent of hij wist wie de overlastveroorzakers waren. Dat wist de agent grotendeels, ze zijn allemaal bekend. De overlast stopt als ze eenmaal een gezin gaan stichten, was het idee. Lukt dat niet, dan worden ze vaak niet zo oud. “Maar als jullie ze kennen waarom pakken jullie ze dan niet aan”, vroeg het stadsdeel. Nou, zei de agent, we hebben geen budget en niet genoeg mankracht. “Dat kan niet, er is pas nog potje zus en zo” verweerde het stadsdeel….. Enfin, ik voelde me steeds slechter en begreep echt niet waarin ik in terecht was gekomen. “sorry,meneer de agent, ik wil niet in deze discussie zitten. Ik ben heel blij met de politie en weet dat jullie hard werken. Volgens mij hoort dit gesprek hier niet thuis, dit is meer politiek.” stamelde ik. Damn, als hij denkt dat dit ons idee is, dan krijgen we nog minder hulp straks.
Eindresultaat is dat Van der Laan een videocamera op het kruispunt plaatste. Deze is inmiddels verwijderd en staat iets verderop. Door de waterbedwerking klotst de overlast alle kanten op in de buurt. Schietpartijen en meer van dat soort circusacts gebeuren regelmatig.
Als slachtoffer word je verder beschadigd
Waarom ik dit schrijf? Omdat ik merk dat ik mentaal beschadigd ben door dit alles. Ik ben nooit inhoudelijk ingegaan op wat er allemaal gebeurde. Voor mij ging het altijd om het principe: hoe is het mogelijk dat anderen jou op straat of in je zaak kunnen bedreigen? Niet alleen om geld. Maar vooral ook om wie je bent. Ik werd uitgemaakt voor Gay en Jood. Nooit ben ik erop ingegaan of dat waar was of niet. Niemand vroeg dat ook. Maar ik kan u vertellen, dat maar de helft van die aantijgingen klopt. Alleen gaat dat niemand geen ene flikker aan. Of wel? Ik moet namelijk bekennen dat na het wegstoppen door een andere wethouder in de la van een rapport over agressie tegen homo’s, ik me nog onveiliger voel. Wat mag je dan van een driehoek verwachten? En na de jodenjacht in Amsterdam voel ik me onbehaaglijk. Het wordt erkend, het wordt ontkend, er wordt gespind. Maar er is wel een jacht. Want als je alleen al feitelijk vertelt wat je overkomt, dan krijg je me toch een shitstorm over je heen. Dat je maar beter je mond kan houden en je terug kan trekken. Met de ophaalbrug omhoog, of door te doen of je iemand bent die je helemaal niet bent. En als ik dan de burgemeester afgelopen jaar een nieuwjaarsspeech zie geven die vol staat met verdeling en die het heeft over mensen vol met “haat”, dan voel ik me niet senang. Er is nooit iets gedaan met ons geval. Het kan allemaal maar. De 1 ster ratings, zeg maar de echte haat, die staat er nog steeds. En die gasten van tafel 3, die heb ik nooit meer gezien. Een pijnlijk feit, dat helaas teveel bloot heeft gelegd.
Naschrift:
dit stuk voor substack schreef ik een jaar geleden (2025). Ik durfde het nooit te posten, omdat ik denk dat het weer een shitstorm gaat geven aan negatieve reacties. Echter nu ik de documentaire zag over Stek Oost en ik het, in tegenstelling tot veel anderen, zie als een logisch gevolg van beleid en daarmee het willen vasthouden aan bestuurlijke en politieke dromen, die voor veel burgers en ondernemers feitelijk een nachtmerrie zijn, voel ik me laf dat ik het nooit durfde te posten. Het gaat niet alleen om Stek Oost, er is veel meer aan de hand en dat al jarenlang. Bovendien heb ik deze week van de ombudsman een conceptrapport ontvangen na jaren onderzoek, omdat ons andere restaurant gesloopt is door de gemeente door drie jaar lang geen vergunning af te geven. Ook daar zal ik over gaan publiceren. Want ik heb niks meer te verliezen.






